Leider (1/3)

– Broeders en vrienden, ik heb geluisterd naar al jullie toespraken, dus ik vraag jullie om nu naar mij te luisteren. Al onze beraadslagingen en conversaties zijn niets waard zolang we in deze barre regio blijven. In deze zanderige ondergrond en op deze rotsen is er niets in geslaagd te groeien, zelfs toen er jaren met regen waren, laat staan in deze droogte die onze soort nog nooit gezien heeft.

Hoe vaak zullen we samenkomen zoals dit en tevergeefs discussiëren? Het vee sterft zonder eten, en binnenkort zullen wij en onze kinderen ook verhongeren. We moeten een andere oplossing vinden die beter is en meer doordacht. Ik denk dat het beste zou zijn om dit dorre land te verlaten en om de wereld in te trekken om betere en meer vruchtbare grond te vinden, want zo kunnen we simpelweg niet meer leven.

Zodoende sprak een inwoner van een onvruchtbare provincie ooit met een vermoeide stem bij één of andere bijeenkomst. Waar en wanneer het gebeurde is niet belangrijk voor jou of mij, denk ik. Het is belangrijk om te geloven dat het gebeurde in een land lang geleden, en dat is genoeg. Om eerlijk te zijn dacht ik op een bepaald moment dat ik dit hele verhaal verzonnen had, maar beetje bij beetje heb ik mezelf bevrijd van dit nare waanbeeld. Nu geloof ik sterk dat wat ik ga vertellen echt gebeurd is en moet zijn gebeurd ergens ooit en dat ik dit onmogelijk zou verzonnen kunnen hebben.

The luisteraars, met bleke, vermoeide gezichten en lege, sombere, bijna niet begrijpende blikken, met hun handen onder hun riemen, leken terug tot leven te komen bij deze wijze woorden. Ieder was zich aan het inbeelden dat hij in één of ander soort van magisch, paradijselijk land was waar de beloning van slopend werk een rijke oogst was.

– Hij heeft gelijk! Hij heeft gelijk! – fluisterden de afgepeigerde stemmen aan alle kanten.

– Is deze plek dich…t…bij? – een uitgerokken gemompel werd gehoord vanuit een hoek.

– Broeders! – een andere begon met een ietwat sterkere stem. – We moeten dit advies onmiddellijk volgen want we kunnen zo niet langer verdergaan. We hebben gezwoegd en ons afgepeigerd, maar alles was tevergeefs. We hebben zaden gezaaid die gebruikt konden worden voor voedsel, maar de overstromingen kwamen en hebben de zaden en grond weggewassen van de hellingen zodat er enkel naakte rots over was. Moeten wij hier eeuwig blijven en slaven van ochtend tot nacht gewoon om hongerig en dorstig, naakt en blootvoets te blijven? We moeten vertrekken en zoeken naar iets beter en meer vruchtbare grond waar hard werk zal leiden tot overvloedige oogst.

– Laten we gaan! Laten we nu vertrekken want deze plek is niet meer geschikt om in te leven!

Er ontstond gefluister, en ieder begon te wandelen zonder na te denken waar hij naartoe aan het gaan was.

– Wacht, broeders! Waar zijn jullie naartoe aan het gaan? – de eerste spreker begon opnieuw. – natuurlijk moeten we gaan, maar niet op deze manier. We moeten weten waar we naartoe gaan. Anders eindigen we nog in een ergere situatie in plaats van onszelf te redden. Ik stel voor dat we een leider kiezen die we allemaal moeten volgen die ons de beste en meest directe manier zal tonen.

– Laten we kiezen! Laten we meteen iemand kiezen, – werd overal gehoord.

Enkel nu begon het ruziemaken, een echte chaos. Iedereen was aan het praten en niemand was aan het luisteren of kon het zelfs horen. Ze begonnen zich op te splitsen in groepen, elke persoon tegen zichzelf aan het mompelen, en zelfs dan vielen de groepen uit elkaar. In paren begonnen ze elkaar bij de arm te nemen, al pratend, om te proberen iets te bewijzen, trekkend aan elk anders mouw, en gebarende om stilte met hun handen. Dan kwamen ze allemaal terug samen, nog steeds aan het praten.

– Broeders! – opeens weerklonk er een sterkere stem die alde andere hese, dulle stemmen overstemde. – We kunnen geen overeenkomst bereiken op deze manier. Iedereen is aan het praten en niemand is aan het luisteren. Laten we een leider kiezen! Wie van ons kunnen we kiezen? Wie onder ons heeft er genoeg gereisd om de wegen te kennen? We kennen elkaar allemaal goed, en toch zou ik mijzelf en mijn kinderen niet onder het leiderschap van iemand hier plaatsen. Liever, vertel me wie er die reiziger daar kent die al sinds vanmorgen in de schaduw aan de rand van de weg zat?

Stilte viel. Iedereen keerde zich naar de vreemdeling and bekeken hem van top tot teen.

De reiziger, van middelbare leeftijd met een somber gezicht, nauwelijks zichtbaar door zijn baard en lange haar, zat en bleef stil zoals daarvoor, diep in gedachten, en tikte zijn grote wandelstok op de grond van tijd tot tijd.

– Gisteren zag ik diezelfde man met een jongen. Ze hielden elkaar bij de hand en gingen de straat af. En gisteravond verliet de jongen het dorp maar de vreemdeling bleef hier.

– Broeder, laten we deze gekke kleinigheden vergeten zodat we geen tijd verliezen. Wie hij ook is, hij komt van ver aangezien niemand van ons hem kent en hij weet zeker de kortste en beste manier om ons te leiden. Het is mijn mening dat hij een zeer wijze man is want hij zit daar gewoon te denken in stilte. Iemand anders zou onze zaken al tien keer of meer onderzocht hebben of zou een gesprek begonnen zijn met ons, maar hij zit daar de hele tijd alleen, niets zeggend.

– Natuurlijk, de man zit daar stilletjes omdat hij over iets aan het nadenken is. Het kan niet anders dan dat hij zeer slim is, – gingen de anderen akkoord en ze begonnen de vreemdeling opnieuw te onderzoeken. Ze hadden elk een briljante eigenschap in hem ontdekt, een bewijs van zijn uitzonderlijke intelligentie.

Niet veel meer tijd werd er doorgebracht met discussiëren, dus uiteindelijk gingen ze akkoord dat het best zou zijn om hulp te vragen aan deze reiziger – die, volgens hen, gestuurd was door God om hen te leiden in de wereld om te zoeken naar een beter territorium en meer vruchtbare grond. Hij zou hun leider moeten zijn, en ze zouden luisteren naar hem en hem gehoorzamen zonder vragen te stellen.

Ze kozen tien mannen van hun groep die naar de vreemdeling toe moesten gaan om hun beslissing uit te leggen aan hem. Deze delegatie moest hem de miserabele stand van zaken tonen en hem vragen om hun leider te zijn.

Zodoende gingen de tien naar hem toe en bogen ze nederig hun hoofd. Eén van hen begon te praten over de onproductieve grond van het gebied, over de droge jaren en de miserie waarin ze zich allen bevonden. Hij sloot zijn verhaal af op de volgende manier:

– Deze condities dwingen ons ons thuis te verlaten en ons land en om de wereld in te trekken om een beter thuisland te vinden. Net op dit moment dat we eindelijk een akkoord bereiken, blijkt het dat God ons genade heeft geschonken, dat Hij jou naar ons toe heeft gestuurd – jij, een wijze en waardige vreemdeling – en dat je ons zal leiden en zal bevrijden van onze miserie. In naam van alle inwoners hier, vragen wij aan jou on onze leider te zijn. Waar jij naartoe gaat, wij zullen volgen. Jij kent de wegen en u bent zeker geboren in een gelukkiger en beter thuisland. Wij zullen luisteren naar u en al uw bevelen gehoorzamen. Gaat u, wijze vreemdeling, akkoord met het redden van zovele zielen van ondergang? Zal u onze leider zijn?

Gedurende deze vragende toespraak tilde de wijze vreemdeling nooit zijn hoofd op. De hele tijd bleef hij zitten in dezelfde positie als degene waarin ze hem gevonden hadden. Zijn hoofd was naar beneden gericht, hij was aan het fronsen, en hij zei niets. Hij tikte enkel zijn wandelstok op de grond van tijd tot tijd en – dacht na. Toen de toespraak gedaan was, mompelde hij nors en langzaam zonder van positie te veranderen:

– Dat zal ik!

– Kunnen we met u meegaan en zoeken naar een betere plek dan?

– Dat kunnen jullie! – ging hij verder zonder zijn hoofd op te tillen.

Er ontstond nu enthousiasme en er waren uitdrukkingen van appreciatie te zien, maar de vreemdeling zei geen woord als reactie.

De tien afgevaardigden vertelden het gezelschap over hun succes, en ze voegden toe dat ze nu zagen wat voor wijsheid deze man bezat.

– Hij bewoog zelfs niet van zijn plek of tilde zijn hoofd op om te zien we er tegen hem aan het praten was! Hij zat er enkel stilletjes en mediteerde. Als antwoord op onze toespraak en onze admiratie gaf hij maar zes woorden.

– Een echte wijze! Zeldzame intelligentie! – schreeuwden ze met blijdschap van alle kanten, bewerende dat God hemzelf de man als engel gestuurd had van de hemel om hen te redden. Ze waren allen compleet overtuigd van het succes van deze man als leider die door niets verstoord kon worden. En zo werd er besloten de volgende dag bij dageraad te vertrekken.

(volgende pagina)

Ознаке:, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

About Домановић

https://domanovic.wordpress.com/about/

Оставите одговор

Попуните детаље испод или притисните на иконицу да бисте се пријавили:

WordPress.com лого

Коментаришет користећи свој WordPress.com налог. Одјавите се /  Промени )

Google photo

Коментаришет користећи свој Google налог. Одјавите се /  Промени )

Слика на Твитеру

Коментаришет користећи свој Twitter налог. Одјавите се /  Промени )

Фејсбукова фотографија

Коментаришет користећи свој Facebook налог. Одјавите се /  Промени )

Повезивање са %s

%d bloggers like this: